Oefeningen

Tuls

Tuls zijn schijngevechten waarbij de Taekwon-doka door meerdere denkbeeldige tegenstanders wordt aangevallen. Elk schijngevecht verloopt volgens een vast patroon. Bij het lopen van zo'n tul kan men laten zien hoe goed men alle technieken beheerst. In totaal zijn, er naast de twee voorbereidende tuls (Saju Chirugi en Saju Machi), 24 tuls in oplopende moeilijkheidsgraad.

  1. Chon-Ji
  2. Dan-Gun
  3. Do-San
  4. Won-Hyo
  5. Yul-Gok
  6. Joong-Gun
  7. Toi-Gye
  8. Hwarang
  9. Chung-Moo
  10. Kwang-Gae
  11. Po-Eun
  12. Gae-Baek
  13. Eui-Am
  14. Choong-Jang
  15. Ko-Dang
  16. Sam-Il
  17. Jo-Sin
  18. Choi-Yong
  19. Yong-Gae
  20. Ul-Ji
  21. Moon-Moo
  22. So-San
  23. Se-Jong
  24. Tong-Il

 

Stapsparring

Stapsparring is een partneroefening waarbij de twee beoefenaars een vooraf vastgesteld gevecht naspelen. Hierbij is het de kunst om de technieken krachtig en met de juiste timing uit te voeren. Staps-series van meestal ongeveer vijf 'gevechten' worden onderverdeeld naar type. Bij éénstaps-series zet de aanvaller één stap en bij tweestapsseries zijn dat er twee. Bij de voettechnieken worden de meeste technieken met de voet uitgevoerd en bij half-vrij sparring staat maar een deel van het 'gevecht' vast.

 

Sparring

Bij het sparren proberen twee taekwon-doka's in een gevecht te winnen door meer punten te maken dan de tegenstander. Bij dit gevecht mogen zij elkaar niet onder de band of op de rug raken. Op het achterhoofd mag alleen worden getrapt en het is verboden om buiten het veld te komen of de tegenstander de rug toe te draaien. De enige toegestane handtechnieken zijn de stoot, de backfist en de binnenwaartse messlag. De wedstrijden zijn semi-contact, wat betekent dat er niet te hard contact mag worden gemaakt, het gaat puur om het scoren van punten. Bovendien dragen de taekwon-doka's hand- en voetbeschermers en moeten de mannen een toque dragen. Daarnaast dragen veel mensen gebits-, hoofd en/of scheenbeschermers.

Er kan een punt gescoord worden door de tegenstander op het lichaam of hoofd te slaan, twee punten door te trappen op het lichaam en drie punten voor een trap op het hoofd. In het punt-stop-systeem dat wordt gehanteerd in de B-klasse (deelnemers tot blauwe band) wordt het spel stilgelegd na elk (vermeende) gescoorde punt. In het doorgaande systeem van de A-klasse (vanaf blauwe band) wordt de wedstrijd enkel stilgelegd wanneer er een waarschuwing of strafpunt wordt toegekend.

 

Breektests

Bij een breektest gaat het er om om door één of meerdere planken te trappen of te slaan.